Gelderland

Ruimtelijke diversiteit in Gelderland

Gelderland is qua landoppervlakte de grootste provincie van Nederland en telt maar liefst 51 gemeenten. Door de grootte en de excentrieke vorm bestaan er grote fysisch geografische verschillen binnen de provincie. Het gevolg is dat het niet eenvoudig is om eenduidige opgaven te destilleren voor de gehele provincie op het gebied van het thema bodem en ondergrond. Rivierenland kampt bijvoorbeeld met andere problematiek dan de hoge Veluwe en de Achterhoek is moeilijk te vergelijken met de dichter bebouwde regio rond Arnhem.

 

Opgaven en kennisvragen uit de regio

De insteek bij het vervolg is om de verschillende regio’s zoveel mogelijk te ondersteunen bij onderwerpen die voor de specifieke regio van belang is. Het is overal duidelijk dat de Omgevingswet voor de deur staat, maar het blijft een zoektocht naar de een goede inbedding van het domein bodem en ondergrond. Bij de inventarisatie van opgaven en ambities valt op dat veel vragen nog betrekking hebben op het traditionele bodemwerkveld. Een terugkerende vraag is: ‘Hoe is adequaat milieukundig bodembeleid en onderzoek geborgd onder de Omgevingswet en welke stappen moeten worden gezet om hier een adequate bijdrage aan te leveren?’. Hoewel we de regio ook bij deze belangrijke thematiek proberen te ondersteunen, ligt de focus binnen dit project meer op de verbrede thematiek en trachten we de aansluiting te zoeken met de gestelde opgaven en ambities binnen de regio.

 

Gelders programma

Ondanks de diversiteit heeft de provincie vergaande ambities bij het oplossen van actuele maatschappelijke opgaven en ziet daarbij een centrale rol voor de ondergrond. In Gelderland is samen met de deelnemende gemeenten en het Gelders Ondergrond Overleg (GOO) gewerkt aan een Gelders programma, waarbij de belangen van de diverse regio’s zo optimaal mogelijk zijn behartigd. De ondergrond is de basis van de fysieke leefomgeving en moet als zodanig worden verweven in het instrumentarium van de Omgevingswet. Het is uiteindelijk de bedoeling, zonder aparte (sectorale) paragrafen op te moeten nemen. Naast de traditionele bodemkwaliteitszorg vraagt dit ook een (vernieuwde) interactie met andere sectoren.

Na de kickoff bijeenkomst in februari 2019 hebben we als het ware een tour door Gelderland gemaakt om te inventariseren wat er precies speelt en waar behoeften vanuit de regio’s liggen. Op basis van deze gesprekken is een uitvoerige lijst gedestilleerd die als basis dient voor het Gelders programma. In alle regio’s wordt gezien dat bodem en ondergrond een rol (kunnen) spelen bij het oplossen van maatschappelijke opgaven, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, behoud van biodiversiteit, verduurzaming van het landbouwgebruik. Er is tevens ingezien dat de bodem niet alleen een bijdrage kan leveren aan maatschappelijke opgaven, maar dat werkzaamheden ten aanzien van deze opgaven ook een impact hebben op het bodem (en water)systeem.

Activiteiten

Als onderdeel van het Gelders programma zijn de volgende activiteiten voorzien:

  1. Bodem voor het voetlicht – spreektijd bodem;
  2. Van kennis naar concrete regelgeving;
  3. Praktijkcasussen
  4. Bestuurlijke interactie en doorwerking.
Bodem voor het voetlicht – Spreektijd bodem

De rol die bodem en ondergrond kan spelen bij opgaven moet beter en breder bekend worden, zowel naar andere inhoudelijke werkvelden als naar generalisten, en degenen die de omgevingsvisies en plannen opstellen. Om dit te bewerkstelligen is een format ontwikkeld, waarin de bodemmedewerker het podium krijgt om het belang van de ondergrond aan de orde te stellen. We noemen dit ‘spreektijd bodem’. Tijdens reguliere overlegmomenten tussen omgevingswetmanagers en/of programmamanagers Omgevingswet in de regio reserveren we tijd om duidelijk te maken hoe hetgeen zich onder het maaiveld bevindt meegenomen zou moeten worden binnen de nieuwe wetgeving. De spreektijd bodem wordt op interactieve wijze ingestoken en streeft naar discussie en aanknopingspunten voor vervolg. Het doel is dat de Omgevingswetmanager oog krijgt voor de ondergrond en weet waar hij of zij naartoe kan gaan.

Praktijkcasussen

Uit de regiogesprekken kwamen diverse gerichte vragen naar voren die zich uitstekend lenen om als casus uit werken. Naast vragen die zich toespitsen op de traditionele vormen van bodemkwaliteitszorg zijn ook diverse vragen opgehaald die ingaan op de (on)mogelijkheden die bodem en ondergrond bieden in relatie tot maatschappelijke opgaven. De casussen worden uitgewerkt in samenwerking met onderwijsinstellingen. Doormiddel van (afstudeer)stages of praktijkopdrachten worden studenten ingezet om, onder begeleiding van ‘Samen de diepte in’, vraagstukken en ontwerpen uit te werken. We zullen ervoor zorgdragen dat de onderwerpen een duidelijke verbinding krijgen met de Omgevingswet.

Gezien de hoeveelheid onderwerpen en beschikbare tijd is het helaas niet mogelijk om alle opgehaalde vragen te behandelen. De vragen en onderwerpen die thans niet worden behandeld worden weggezet bij het GOO.

Onderstaande casussen worden nader uitgewerkt:

  • Bodembeheer van de toekomst: hoe gaan we om met bijvoorbeeld natuurlijk verhoogd Arseen in de Omgevingswet;
  • Meervoudig ruimtegebruik: herontwikkeling stortplaatsen;
  • Effecten van zonneweides op de ondergrondse ruimte en biodiversiteit.
Van kennis naar concrete regelgeving

Veel organisaties hebben inhoudelijke documenten opgesteld met relevante informatie aangaande de fysieke leefomgeving, waaronder essentiële onderdelen die over bodem en ondergrond gaan (denk aan de klimaateffectatlas van de regio Vallei en Veluwe of het koersdocument van de gemeente Apeldoorn). Ondanks deze waardevolle stukken is er behoefte aan een nadere implementatie en doorwerking richting het instrumentarium van de Omgevingswet. Effecten van maatregelen worden zo efficiënter afgewogen, wat een bijdrage kan leveren bij het maken van keuzes bij boven- en ondergrondse ruimtelijke ordening. Vooralsnog gaan we in de loop van 2020 de regio’s OVIJ en Noord-Veluwe ondersteunen om bestaande stukken te vertalen naar concreet beleid en regelgeving.

Spreektijd bodem in de Gelderse Vallei

Een eerste succesvolle spreektijd sessie heeft al in het najaar van 2019 plaatsgevonden. In de regio ‘Gelderse Vallei’ hebben specialisten en programmamanagers Omgevingswet samen gezeten en zijn ze samen de discussie aangegaan over elkaars takenpakket en de rol van de bodem en ondergrond binnen de fysieke leefomgeving. Opvallend was dat de aanwezigen een sterk uiteenlopende mate van kennis van de ondergrond hadden. Zo stond bij een deel de ondergrond wel op de radar, maar hadden zij nooit echt nagedacht over alle schurende belangen, zoals drinkwater versus energie of over het feit dat men verantwoordelijk is over en diepte interval van maar liefst 500 meter minus maaiveld. Een ander deel van de groep kwam er eerlijk voor uit dat ze überhaupt nooit goed het deel onder het maaiveld hadden betrokken bij beleid- en planontwikkeling. Het resultaat van de bijeenkomst was een duidelijke intentie van de programmamanagers om de ondergrond eerder te betrekken bij beleidsontwikkeling. Het ging zelfs zo ver dat Wageningen op de basis van de bijeenkomst, de ondergrond als aanleiding zag om visies tussen het stedelijk- en buitengebied nader tot elkaar aan te sluiten. Lees hier het verslag van de ‘spreektijd bodem’ in de Gelderse Vallei. Begin 2020 vindt een tweede spreektijd bodem plaats in de regio Rivierenland. Indien meerdere regio’s behoefte hebben aan spreektijd bodem, dan zijn we uiteraard bereid om deze in andere delen van Gelderland door te voeren.

Bestuurlijke interactie en doorwerking

Ter afsluiting van het project in Gelderland presenteren we de bevindingen in een bestuurlijke bijeenkomst waarbij regionale bestuurders, omgevingswetmanagers en specialisten met elkaar in gesprek gaan. Een dergelijke bijeenkomst vraagt om een goede formule, aansluiting bij actualiteit en hoge attentiewaarde. Wij zullen dit mede vorm geven met de kennispartners verbonden aan dit project en in nauw overleg met de provincie

Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe

Door klimaatverandering wordt het warmer, droger en natter. Adaptieve maatregelen zijn noodzakelijk, zo ook in de bodem

Het Rijk heeft in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie het doel geformuleerd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Een voordeel van de gezamenlijke aanpak van het Manifest is dat een deel van de oplossing voor klimaatverandering in het regionale schaalniveau gevonden wordt. In het najaar van 2017 hebben de gezamenlijke overheden in het gebied Vallei en Veluwe een Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. Hiermee willen zij samen de gevolgen van klimaatverandering opvangen. In het licht van maatregelen die de regio moet nemen tegen de gevolgen van klimaatverandering, is een klimaateffectatlas opgesteld. Aan de hand van deze atlas kunnen gemeenten inzien welke effecten klimaatverandering precies heeft voor de regio en hoe hier het beste op kan worden ingespeeld.

Een van de speerpunten van het Manifest is het opstellen van een regionale stresstest. De stresstest brengt k wetsbaarheden in beeld voor de effecten van wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Er is afgesproken dat alle overheden uiterlijk in 2019 een eerste stresstest hebben uitgevoerd. Daarom is deze Klimaateffectatlas opgesteld.

Waterbergingsmogelijkheden langs de Veluwe